“De brief kwam nooit aan”
Ze schreef hem elke dag. Soms kort. Soms wanhopig. Soms alleen zijn naam.
Hij zat aan het front. Zij bij het raam.
Elke ochtend liep ze naar de brievenbus.
Elke avond brandde de kaars iets korter.
Toen kwam het bericht.
Vermist.
Geen lichaam. Geen zekerheid.
Jaren gingen voorbij.
Ze trouwde nooit.
Op haar sterfbed gaf de verpleegster haar een vergeeld vel papier.
Gevonden in een oude jas, op zolder van een verlaten huis.
Zijn handschrift.
“Houd vol. Ik kom terug.”
Ze glimlachte.
En stierf.
In vrede.
Niet met het einde.
Maar met zijn woorden.
Precies 100 woorden.
