“En ze leefde… eventjes gelukkig”
Ze kreeg haar prins, haar kasteel, haar jurk. De vloek was verbroken, de draak verslagen. Iedereen applaudisseerde. “En ze leefden nog lang en gelukkig,” zei de verteller.
Maar toen het publiek vertrok, zakte ze neer op de troon.
De prins had ochtendadem en saaie gesprekken.
Het kasteel was koud.
De jurk kriebelde.
Ze keek naar de spiegel. De prinses. De heldin. De vrouw in het verhaal van een ander.
Ze trok haar laarzen aan, pakte een zwaard, en liep het bos in.
Op zoek naar haar eigen verhaal.
Einde?
Nee.
Pas net begonnen.
Precies 100 woorden.

